Zon op
08:03
Zon onder
16:42
Nachtmodus
Foto: Robert Jan Asselbergs

Ganzen lokken, Maar hoe? Tips van een ervaren ganzenjager- Gratis artikel De Jager juli 2018

Ganzen bejagen: voor veel jagers vormt het de hoofdmoot van hun jachtactiviteiten. Maar hoe bereik je de beste resultaten? Myrthe de Bruin ging in de Hoeksche Waard een ochtend mee met de ervaren ganzenjager Jan Luijendijk en tekende uit zijn mond de nodige bejagingstips op.

Het is vroeg, heel vroeg, als ik me eind april meld bij de jachthut van Jachtcombinatie Goudswaard. Combinanten Jan Luijendijk en Jilles Mast zijn er al en hebben er duidelijk zin in. Al gaan ze soms wel vier keer in de week op pad, vervelen doet het niet. Van de vroege lente tot het late najaar zijn de mannen in de weer. Van maart tot mei zijn ze druk met schadebestrijding: de gewassen zijn in ontwikkeling en kwetsbaar. Juni is de rustigste maand, juli en augustus de drukste. En ’s winters? Luijendijk: ‘De winterontheffing in Zuid-Holland legt zoveel beperkingen op dat dit niet loont.’

Ongepaarde brandganzen
De Hoeksche Waard kenmerkt zich door akkers omgeven door water en duizenden hectaren natuurgebied. Geen typisch foerageergebied, zoals grasland dus. Maar door hun jarenlange ervaring weten Luijendijk en zijn kompanen intussen wel wat werkt en wat niet. Ze zijn benieuwd hoe de ganzen zullen vliegen deze ochtend. Een dag eerder vlogen er behoorlijk wat brandganzen. Luijendijk: ‘Voor veel jagers zal het als een vreemd moment klinken om ganzen te bejagen, maar de schade die de ganzen aan het graszaadgewas toebrengen maakt bejaging noodzakelijk. Het zijn ook niet de grauwe ganzen met pullen of broedende brandganzen die nu komen, maar jonge, ongepaarde brandganzen.’ Het is alleen even afwachten hoe de ganzen reageren op de kuubskisten die de boer gisteren op het veld heeft gezet.

Natuurgebieden
Het is nog donker als we het veld op lopen. Luijendijks labrador loopt enthousiast door het veld te struinen, terwijl we speuren naar de kuubskisten. Ondertussen vertelt Luijendijk over de situatie in dit gebied. ‘Vroeger, zo’n veertig jaar geleden, was dit een deltagebied met brak water en schoot je misschien tien rietganzen per jaar. Door landschapsinrichting werd het water zoet en kwamen er andere ganzen, zoals de grauwe gans en de brandgans.’ Uiteindelijk trokken de ganzen niet meer weg in de zomer en groeiden de aantallen gestaag. Zo is de afgelopen vijf jaar de populatie brandganzen met 250 tot 300 procent toegenomen. Luijendijk: ‘Ons jachtgebied is omgeven door buitendijkse natuurgebieden, met volop broedgelegenheid.’ De jachtcombinatie doet er alles aan om de schade aan de gewassen onder controle te houden, maar wordt daarin gehinderd door dierenrechtenactivisten. Luijendijk: ‘Door de jacht te verstoren en het provoceren van jagers probeert de actiegroep Animal Rights een reactie uit te lokken om deze vervolgens breed uit te kunnen meten in de media. Een meer dan vervelende situatie.’

Kisten
De kuubskisten zijn vandaag onze ‘hutjes’. De kisten worden gebruikt voor de opslag van aardappelen en fruit, maar werken ook perfect als schuilhut tijdens de ganzenjacht. ‘Afhankelijk van het seizoen gebruiken we andere methodes’, legt Luijendijk uit. ‘In de zomer liggen we bijvoorbeeld in blinds (een soort kist; red.) op de stoppel en in de herfst en winter verstoppen we ons vaak aan de randen van een veld in greppels en sloten of tussen de struiken. Maar je ziet op een gegeven moment dat de ganzen bijgeleerd hebben en de randen van het veld gaan ontwijken. Vandaar dat we in de lente deze kisten gebruiken.’ Omdat de kisten er nog geen vierentwintig uur staan is het alleen de vraag hoe de ganzen er op zullen reageren.

Lokkers
Jilles Mast laadt intussen de lokkers uit de aanhanger, die gekoppeld is aan een quad. Dat terreinvoertuig bespaart een hoop gesjouw: lokkers, overige uitrusting en geschoten ganzen kunnen zo gemakkelijk vervoerd worden. De mannen gebruiken volle lokkers van DK WAI en Sillosocks door elkaar, maar ook de stapelbare schalen werken volgens hen prima. ‘De volle lokkers zijn heel natuurgetrouw maar nemen veel ruimte in, terwijl de compacte Sillosocks voor beweging in de stal zorgen’, legt Luijendijk uit. ‘Daarnaast moet je voor een natuurgetrouw beeld zorgen door zowel lokkers te plaatsen met de kop omhoog als “grazende” lokkers met de kop omlaag.’ De lokstallen die vanochtend worden neergezet zijn fors in omvang. ‘Brandganzen komen met veel, dus die vallen alleen in als ze een grote groep zien zitten.’

Opstelling
Waar en hoe de lokkers worden neergezet, is afhankelijk van het seizoen en de windrichting. Heb je de wind in de rug, dan zet je de stal dichtbij, zodat je de inkomende ganzen kunt beschieten. Heb je de wind in je gezicht dan zet je de stal op zo’n zeventig tot tachtig meter. De ganzen draaien dan voor je langs op het moment dat ze willen landen. Zo kun je met de windrichting en de lokstal de ganzen sturen die wellicht niet van plan waren in te vallen. Luijendijk: ‘Als we op de stoppel in een blind liggen, dan zetten we de lokkers daar in een U omheen. De ganzen vallen dan bijna op je in, een machtig gezicht.’ Kijk je naar het seizoen dan is de lente de tijd van de grote groepen, met name niet-gepaarde brandganzen. Eind april hebben de grauwe ganzen al pullen en zitten de gepaarde brandganzen te broeden. De zomer kenmerkt zich door families, dus in de zomer zet je de lokkers juist in familieopstelling van een paar ganzen in groepjes bij elkaar. Einde winter vliegen met name de grauwe ganzen in paartjes en is een kleine stal van tien lokkers die je twee aan twee zet vaak voldoende. Maar er zijn geen vaste regels voor hoe je een stal neerzet. Luijendijks advies: probeer, pas aan en ontdek zelf wat het beste werkt.

Megafoon
Naast de lokkers maken Luijendijk en Mast gebruik van twee megafoons en een lokfluit, die in deze periode in Zuid-Holland gebruikt mogen worden. ‘We leggen altijd één megafoon tussen de ganzen die permanent aanstaat. Hiermee dirigeren we de ganzen in de juiste aanvlieglijn naar de stal. En we hebben er één in de hut. Die zetten we alleen aan als we denken dat we de ganzen die overkomen hiermee kunnen lokken.’ En het werkt, je ziet de ganzen bijdraaien op het moment dat de megafoon in de hut wordt aangezet. De geluiden op de SD-kaart van de megafoon zijn van internet gehaald. ‘Er staan zoveel geluidsfragmenten op dat je voor elke ganzensoort wel meerdere geschikte opnames kan vinden’, weet Luijendijk. ‘Je moet alleen even opletten dat je geen alarmroep of waarschuwingskreten er op hebt staan, want dat werkt natuurlijk averechts.’ Mast raadt een grote megafoon aan van minimaal 65 Watt. ‘Het geluid verwaait snel en je wilt dat het geluid op zo’n 700 meter nog te horen is.’ De lokfluit die Luijendijk veel gebruikt is de DKWAI greylag hammer goose call. ‘Perfect voor grauwe ganzen.’

Stil zitten
Reageren de ganzen niet op de stal en de megafoon dan heeft Luijendijk nog een troef achter de hand: de ganzenflapper, een soort vlieger op een stokje. Hiermee wappert hij af en toe om de aandacht van overvliegende ganzen te trekken. ‘Vooral Canadese ganzen reageren hier op.’

Met alle lokmiddelen zou je zeggen dat ganzenbejaging een fluitje van een cent is. Maar toch is de uitkomst iedere keer een verrassing, laat Luijendijk weten. ‘En die onvoorspelbaarheid, dat is juist de charme. Maar je moet ook gewoon je huiswerk doen. Zoals een dag van tevoren kijken of en waar de ganzen zich in het veld ophouden. Gemiddeld schieten we zo’n tien procent van wat we de dag ervoor in het veld hebben zien zitten.’ En je moet je goed kunnen verstoppen. Luijendijk: ‘Het allerbelangrijkste is dekking. De kisten en de blind hebben we vaak niet nodig, alleen op kale velden. Wat je moet voorkomen is een menselijk silhouet en beweging in het veld. Dan vliegen ganzen door. Een kist of hut worden na een paar dagen al vertrouwd.’ De kuubskisten zelfs al binnen 24 uur blijkt deze ochtend, want de meeste van de in groten getale overkomende brandganzen zetten de landing in. Alleen enkele grauwe ganzen die over de dijk komen, buigen af zodra ze de kisten in het vizier krijgen.

Volhardende hond
Het tableau groeit gestaag deze ochtend. Af en toe moet Luijendijks hond in actie komen om een aangeschoten gans binnen te halen. Heeft Luijendijk nog tips? ‘Schiet alleen als een gans binnen bereik is, maximaal 35 meter, en gebruik de juiste munitie. Zelf gebruik ik 32 of 34 grams viertjes of een gemengde patroon met drietjes en viertjes. De Black Gold high speed patronen van Gamebore vind ik het fijnst. En het is een open deur, maar je moet goed voorhouden. Een gans vliegt veel sneller dan je denkt. Het beste is om niet op het lijf te mikken, maar op de snavel en daar nog een stuk voor te zitten.’ Over de noodzaak van een jachthond is hij duidelijk: ‘Jaag nooit op ganzen zonder hond, een aangeschoten gans loop je niet bij. Zelf heb ik twee spaniëls en sinds kort deze jonge labrador. Maar ook een Duitse staande langhaar is een prima hond voor op de ganzen. Als het maar een volhardende hond is, die goed markeert, water aanneemt, graag apporteert en rustig naast je blijft wachten tot jij aangeeft dat hij in actie moet komen. We nodigen wel eens gasten uit met jonge honden. Vaak moeten hond en baasje nog praktijkervaring opdoen. Dat is niet erg, zo leer je het. Maar we hebben we altijd een ervaren hond achter de hand.’

Naar de poelier
Een ander aspect van een aangeschoten gans is het dier zo snel mogelijk uit zijn lijden verlossen. Hoe doet Luijendijk het? ‘Ik geef de gans een ferme tik op de kop met een platte, ijzeren beitel. Dat werkt het snelst. Maar elk stevig slagwapen is geschikt. Een priem of ander steekwapen duurt naar mijn mening te lang.’ Het vroege opstaan wordt beloond. Uiteindelijk liggen er 23 brandganzen en een nijlgans op het tableau. De ganzen gaan bij de jachthut in de koeling en daarna door naar de poelier. Luijendijk: ‘Er wordt bij ons geen vlees verspild. Al is de vergoeding van de poelier minimaal en dekt die niet eens onze brandstofkosten. Het is jammer om te zien dat de markt voor geschoten ganzen hier vrijwel geheel is ingestort. Ondanks alle initiatieven om de gans aan de man te brengen zijn er, zelfs met gerenommeerde afnemers nauwelijks afspraken te maken. Maar schieten voor de kliko, dat doen we niet.’

  • Delen:


Gerelateerd nieuws