temp.
Zon op
08:45
Zon onder
16:21
Nachtmodus

De laatste drift: Muizenissen in ‘Bijna Thuis’ – De Jager #13

Als de jachtdag ten einde is, sleept het vermoeide jachtvolk zich naar een oude, groen geverfde stacaravan achter op het erf of naar een jachthut die met allerhande trofeeën is beladen en waar de houtkachel de temperatuur heeft opgejaagd tot tropische waarden. Of begeeft men zich naar een ouderwets plattelandscafé met biljart en jukebox of misschien liever naar een stijlvolle jachtkamer? Hoe verschillend ook: jagers en drijvers zoeken voor de ‘laatste drift’ een plek waar zij zich thuis voelen. In deze serie gaat Zweitse Lulof op zoek naar het verhaal dat schuil gaat achter de soms verrassende locaties waar de jachtdag wordt beëindigd.

Jachthut Bijna Thuis

Als je in ‘Bijna Thuis’ bent, bevind je je in de jachthut van Frans Silvold (69) in Eefde. Dat kwam zo: Frans zat tv te kijken. Op National Geographic zag hij een film over houthakkers in Canada die een huis van hout bouwden als verblijfplaats tijdens hun houthakkerswerk. Hij maakte snel een foto van het tv-scherm, vroeg zijn schoonzoon (architect) om daarvan een bouwtekening te maken en ging aan de slag.

Tekst en foto’s: Zweitse Lulof

Hij scharrelde 10 man bij elkaar die van de spanten, gebinten en planken een mooie hut maakten. ‘Dat ging niet zo heel nauwkeurig’, zegt Frans, ‘maar de hut valt van zijn leven niet meer in elkaar.’

Het geheel ziet er gelikt uit. Aan de wanden de gebruikelijke jagers-parafernalia als geweien, hengels, onbegrijpelijk zaken, flessen, schilderijtjes en wandelstokken. ‘Die laatste maakt Jocko’, zegt Frans, ‘en soms verliest hij ze.’ De man met die naam (70) lacht schuldbewust. Hij heeft een vriendelijk gezicht, baard, bril en paardenstaart. ‘Ik ben de wedergeboorte van een Indiaan’, zegt hij lachend.

‘Hoe je een wandelstok kunt verliezen? Ach we hadden een feestje gehad, het was laat geworden en onderweg naar huis verloor ik hem. De volgende dag heb ik nog gezocht, maar ik was drie keer gevallen, dus ik wist niet waar ik precies moest zoeken.’

‘Maar we kunnen Jocko Stok niet missen hoor, want hij is onze muzikaal leider. Hij kan als enige noten lezen’, zegt Gerrit Menkveld, die met zijn 77 jaar de groepsoudste is. De heren zijn namelijk ook serieuze jachthoornblazers.  ‘s  Zomers oefenen ze eens per maand, maar ’s winters maar liefst twee keer. Ook in de jachthut? ‘Jazeker’, zegt de jongste uit de club, Gerrit Snellenberg (54). Hij heeft onlangs de combinatieplaats van Menkveld overgenomen. Ruim voor aanvang van de oefentijd, zijn de muzikanten aanwezig, ‘want we moeten uiteraard eerst even vergaderen.’ Ze kijken er heel serieus bij. ‘En na afloop moeten we altijd evalueren’, lacht Silvold. De heren nemen de hoorn ter hand. Jocko zegt hoe ze moeten staan – hoorn in rechterhand! – en weldra klinkt de Begroeting. De honden joelen een beetje mee, maar die kunnen geen toon houden.

Frans Silvold houdt de administratie bij: tel- en afschotgegevens, observaties, vergunningen noem de hele santenkraam maar op. En de aantallen gevangen muizen. Overal in de hut staan namelijk vallen. ‘Gisteren kon ik de vijftigste noteren’, zegt hij. Ze houden jaarlijks twee jachtdagen op hun 330 hectare grote jachtveld. Na de jacht blazen ze het wild dood. ‘Twee jaar geleden schoten we maar één duif. Toen hebben we er maar een opgezette vos bijgezet, dan hadden we wat meer te blazen. En we bliezen ook nog maar even voor alle wild dat we gezien hadden.’ Na de jacht komen de dames en gaat men eten. Koken de dames? ‘Nee wij zijn zó geëmancipeerd, dat wij de catering laten komen’, lacht Frans. De hazenstand is de laatste tijd slecht, daarop jagen ze niet. Ze vermoeden dat het grote succes van het nabijgelegen ooievaarsdorp daarbij een stevige rol speelt. ‘Mooie vogels, maar dan wel in andermans tuin’, mompelt Menkveld. Ook de dassen doen het goed. Er zijn elf burchten. De wildcamera van Frans betrapt ze soms als ze over zijn terras lopen.

Als de blazers naar huis zijn, schenkt Frans een glaasje, waarmee hij tevens de verhalentrommel opent. We concluderen dat het kijken naar het wild, belangrijker is dan het schieten ervan en dat het leven eens jagers goed is. Frans voelt zich een gelukkig mens ondanks zakelijke en gezondheidstegenslagen die er ook waren. ‘Maar daar moet je niet over praten, dat ligt achter je en wat achter je ligt is voorbij.’

We zijn Bijna Thuis.

Dit artikel verscheen eerder in De Jager #13 2017

Contact opnemen met de redactie van vakmagazine De Jager? Hier vindt u onze contactgegevens!

  • Delen: