Zon op
05:39
Zon onder
21:49
Nachtmodus

Beste Jean Pierre, – column Oswin Schneeweisz

Ken je mij nog? We kwamen elkaar regelmatig tegen op de redactieborrels van HP/DeTijd, maar dat is alweer jaren geleden. Dit wordt dus een publiek onderonsje. Een potje verbaal worstelen in het openbaar, want uiteindelijk is deze brief-column natuurlijk niet voor jou geschreven, maar voor de door mij hoog geachte lezers en leden van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging. En dat zijn over het algemeen verantwoordelijke natuurliefhebbers die hun taak serieus nemen en geen schietgrage ‘moordenaars’ zoals jij ze afschildert.

Als kersverse columnist van De Volkskrant richtte jij je pijlen recent op de jagers, waarbij je ons een graatmagere argumentatie verweet. Je wilde ‘gaten schieten’ in de argumentatie van de jager. Niet echt een spitsvondige beeldspraak, maar goed. Het is duidelijk dat er een ware jager in je schuilt of zijn het de laatste stuiptrekkingen van de linkse activist die je ooit was?

Ik probeer als columnist mijn beeldspraken zorgvuldiger te kiezen en zal dus niet beginnen over losse flodders, maar het allerdunste cliché tegen de jacht is het beschavingscliché. Jij stelt dat jacht niet samengaat met beschaving. Je kunt evengoed stellen dat de beschaving bestaat dankzij de jager/verzamelaar die we ooit waren. Dankzij de eiwitten die we consumeerden en die onze hersenen deden groeien, dankzij het lerend vermogen dat door de activiteit van het jagen werd aangesproken.

Jij schrijft over ‘oerdriften’ die we moeten leren beheersen. Het zal mij worst wezen of jij de jacht een oerdrift vindt. Als dat al zo is, is het niet automatisch een argument tegen de jacht. Wat is er mis met oerdriften? Wil je soms ook de seksuele drift van de mens verbieden? Een soort zonder oerdrift is tot uitsterven gedoemd. Jij schrijft over ‘kielhalen en radbraken’: martelmethodes die bij ons al een tijdje uit de mode zijn. Nu maak je de klassieke fout van de drogredenaar. Je verbindt twee zaken die niets met elkaar te maken hebben: het martelen van mensen en het jagen op dieren. Ik zou het geloof in de ‘verlichte’ mens, die al het barbaarse achter zich heeft gelaten, graag met je delen. Maar kijk eens om je heen. Dat is toch wel het minste wat je van een columnist mag verwachten.

Ik vind je bekentenis – dat je als idealistische tiener in Duitsland een hoogzit doorzaagde en hoopte dat de jager zijn benen zou breken (of erger) – van een verhelderende naïviteit. De daad mag dan misschien juridisch verjaard zijn, de radicale tieneridealist in jou is dat kennelijk nog niet. Ik verontschuldig mij niet omdat ik jaag. Ik heb bloed aan mijn handen, maar als ik jaag – en voor een groot deel betekent dat in ons kikkerlandje beheer en schadebestrijding – doe ik dat zo verantwoordelijk en respectvol mogelijk. Met kennis en liefde voor alles wat groeit en bloeit. Maar goed, zand erover. Ik gun elke columnist zijn woorden, zelfs als ze afkomstig zijn van een dominee uit de Amsterdamse links-intellectuele Biblebelt.

Noot van de redactie: deze column verscheen in nummer 10 van De Jager, die op 29 juli bij onze leden werd bezorgd.

Oswin Schneeweisz

Oswin Schneeweisz werpt een persoonlijke blijk op actuele onderwerpen uit de wereld van radio, krant, televisie en internet.
  • Delen:


Gerelateerd nieuws