Zon op
08:15
Zon onder
18:32
Nachtmodus
Foto: Eimer Wieldraaijer

Als we weidevogels willen, moeten we daar wat voor over hebben – Ingrid van Huizen (LTO) – Gratis artikel De Jager juli 2018

De agrarische sector in Nederland staat aan de vooravond van een ingrijpende omslag. Wat betekent deze transitie voor de boeren? Ingrid van Huizen, portefeuillehouder Natuur- en landschapsontwikkeling bij LTO Nederland, over het kantelpunt in onze landbouwgeschiedenis.

Heeft u zich altijd betrokken gevoeld bij natuur en landschap?
‘Mijn man en ik hebben een melkveebedrijf in het Friese Kootstertille, middenin een coulisselandschap. Ruim twintig jaar geleden zijn wij al begonnen met kringloopboeren. Minder eiwit voeren, proberen structuurrijker voer te krijgen en op die manier ervoor zorgen dat de mestsamenstelling verandert. Zodat je minder milieubelastend bezig bent. Anders gezegd: er is bij ons altijd een trigger geweest om te kijken: hoe kunnen we de balans versterken tussen gezond ondernemen en een positieve bijdrage leveren aan natuur en landschap. Met het oog op de klimaatverandering en de onder druk staande biodiversiteit is die vraag momenteel extra actueel. Dat uit zich bijvoorbeeld in initiatieven om preciezere gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken en in het weerbaarder maken van planten, zodat we minder van deze middelen nodig hebben.’

In november 2017 bent u bij LTO begonnen in de nieuwe functie van portefeuillehouder natuur- en landschapsontwikkeling. Daarvóór werkte u in Friesland. Vanwaar de overstap naar de landelijk opererende club?
‘LTO zit middenin een grote veranderslag. Doel: proactiever op beleid anticiperen. Persoonlijk zag ik dat als goed moment om in te stappen. Ik ben geen defensief type. Achterover leunen is mij vreemd. Hoe kunnen wij als landbouwsector onze bijdrage leveren aan het oplossen van problemen en tegelijkertijd onze positie met het oog op de toekomst verstevigen. In dat proces wil ik een rol spelen.’

Een van de dossiers waar u mee te maken krijgt, is het Deltaplan biodiversiteitsherstel. Achttien betrokken partijen, waaronder land- en tuinbouw, stellen in de Verklaring van Driebergen voor de problematiek rond bloemen, insecten, weide- en akkervogels gezamenlijk aan te pakken.
‘De aanleiding is een alarmerend Duits onderzoek, dat geëxtrapoleerd is naar Nederland. In dat onderzoek wordt een dramatische teruggang bij insecten benoemd, met alle gevolgen van dien voor onder meer de weidevogels. Dat plaatst ons als land- en tuinbouwsector ook voor de vraag hoe we de biodiversiteit in dat opzicht kunnen herstellen. Afgesproken is dat een groep kwartiermakers rond de zomer een plan van aanpak presenteert aan de minister.’

Wat zijn de contouren van het plan?
‘Het is zaak dat we de balans vinden. Je mag van de agrarische sector verlangen dat zij een optimum nastreeft, dat zij minder milieubelastend te werk gaat en zoekt naar meer integratie van natuur en landschap in haar bedrijfsvoering. Maar naast die intrinsieke waarde – waarin de bodem een niet te onderschatten rol speelt – is het ook zaak een verantwoord verdienmodel te behouden. Als wij bijvoorbeeld landbouwgrond zouden inleveren voor waterretentie of voor een doelsoort als de weidevogels, dan is het niet meer dan billijk dat we daar een maatschappelijke vergoeding voor terugkrijgen. Dát is de zoektocht waar we met z’n allen in zitten. In dat opzicht doe ik een appèl op alle partijen om daarin constructief met ons mee te denken.’

Is er een toekomst voor weidevogels in ons land?
‘Die kan er zeker zijn. Maar laat ik er dit aan toevoegen: in Nederland zijn we tot op heden vooral goed in het sparen van de geit en de kool. Als we als Nederlandse maatschappij weidevogels willen, dan moeten we daar wat voor over hebben. Dus óf we betalen meer voor ons voedsel óf we gaan de boer compenseren. Dan moet je keuzes maken en je liefde voor weidevogels niet alleen met de mond belijden.’

Aan welke keuzes denkt u dan?
‘Je moet allereerst je biotoop op orde hebben, maar als dat het geval is, en je wilt de weidevogels behouden, dan zul je predatoren moeten bejagen. In dat verband denk ik ook aan de ooievaar. Die vogel hebben we met redelijk succes geherintroduceerd in ons land, maar dat veroorzaakt wel extra druk op de weidevogelpopulatie. Hoe gaan we die druk verminderen? Voor zulke keuzes moet je niet weglopen.’

Actueel thema is eveneens de duurzame grondgebonden melkveehouderij. Hoe staat u daartegenover?
‘Ik vind het bemoedigend dat de melkveehouderij een stip op de horizon heeft gezet. Onderdeel van het plan is om meer voer uit de regio te halen en minder van overzee. Verder wil men mest in de eigen regio afzetten, waarbij een grens van twintig kilometer wordt gehanteerd. De vraag die zich dan voordoet is: hoe gaan we dat implementeren en waar lopen we tegenaan? Om terug te komen op het voorbeeld van zojuist: veel eiwit van eigen land zou nadelig kunnen zijn voor de weidevogelpopulatie. Omdat je dan wellicht minder kruidenrijk gras wilt. Ook hier geldt: waar vind je de balans? Ik zie het als een ontwikkelroute, waar we met z’n allen in zitten. We hebben elkaars kunde en kennis nodig om verder te komen. Niet in de laatste plaats de knowhow van de jagers, want ik weet hoe belangrijk het is dat je met hen afspraken maakt.’

Natuurinclusieve landbouw is de laatste tijd in zwang. Hoe haalbaar is dat concept? Is het meer dan een ideaalmodel?
‘Zonder natuur kun je geen landbouw beoefenen. Ik spreek trouwens liever van een natuurinclusief platteland dan enkel van natuurinclusieve landbouw. Dat wil zeggen: inclusief biodiversiteit, inclusief het klimaat én inclusief de sociale component. Maar aan zo’n gewenste ontwikkelroute zijn wel randvoorwaarden verbonden. Je mag aan de boeren een bijdrage vragen, maar ook aan de maatschappij. Per sector is dat zoeken naar de grens. Als voorbeeld noem ik het recente verbod op het gebruik van drie soorten neonicotinoïden. Welke gevolgen, ook financieel, heeft dat voor de boeren? En worden zij gecompenseerd als het voor hen negatief uitpakt?’

Hoe staat het met het draagvlak bij uw achterban?
‘Voor een groot deel is dat nog wennen. Dat ontken ik niet, maar daarom spreek ik ook van een ontwikkelroute. Wat steeds meer boeren beseffen, is dat de weg om steeds meer en intensiever te produceren eindig is. Dus is het zaak onze nieuwe rol te vinden. Een rol waarin we nog steeds gezond voedsel produceren, maar wel met een gunstiger effect op klimaat en biodiversiteit in het landelijk gebied.’

Nederland kampt met een ganzenvraagstuk. Oplossingen zijn vergassing of winterbejaging. De Jagersvereniging is voorstander van het laatste. Deelt u haar opvatting?
‘Hoe ver laten we dingen met z’n allen komen in Nederland? In Friesland is er al heel lang een ganzenprobleem. Omdat het moeilijk is de betrokken partijen op een lijn te krijgen, wordt het probleem alleen maar groter. Over een proef van It Fryske Gea met vergassing is veel commotie ontstaan. Ik vind het lastig om te zeggen wat de beste aanpak is, maar uiteindelijk moet je wel met elkaar besluiten welk aantal ganzen je accepteert en daar middelen voor inzetten. Als de beste methode winterbejaging blijkt, moet je die toepassen.’

Pragmatisch zijn?
‘Het prikken van eieren is ook een methode, maar in Natura 2000- of drassige gebieden is dat best lastig. Leg de mogelijke maatregelen naast elkaar en bekijk de effectiviteit ervan. Misschien leidt dat tot het gebruik van meerdere maatregelen, maar winterbejaging uitsluiten doe ik niet.’

De wolf is terug in Nederland. Dat leidt tot gemengde reacties, zij het niet bij de schapenhouders die de dupe zijn.
‘Er zijn inderdaad al schademeldingen gedaan. Directe schade door dode dieren en indirecte schade omdat schapen zo gestresst zijn dat ze hun lammeren kwijtraken. Dus er is wel sprake van een probleem. Of je nou kijkt naar de wolf, het everzwijn, het edelhert of de gans, Nederland is een soort stad met een groot buitengebied waar je moet beheren, maar dat beheren gebeurt vaak niet of onvoldoende.’

Zou je de wolf beter niet in Nederland kunnen toelaten?
‘LTO steekt niet de vlag uit bij de komst van de wolf. Maar we constateren dat hij er is. We constateren ook dat hij vaker gesignaleerd wordt. Omdat het een nieuw probleem is, duurt de schadeafwikkeling lang. Bovendien gaat het dan om de directe en niet om de indirecte schade. Over dat laatste zijn we in gesprek met de Drentse gedeputeerde Henk Jumelet, die het IPO vertegenwoordigt. De verwachting is dat er zich een of twee roedels in ons land zullen vestigen. Dat betekent dat we antwoord moeten geven op de vraag: hoe gaan we daarmee om? Welk aantal wolven vinden we acceptabel?’

Boeren en jagers kunnen veel dingen samen realiseren. Niet alleen schadebestrijding, maar ook biotoopverbetering.
‘Jazeker. Laatst hebben we een gesprek gehad met de voorzitter en directeur van de Jagersvereniging. Als LTO staan we open voor een geïntegreerde aanpak van de problematiek rond klimaat, biodiversiteit, en wat daarmee samenhangt.’

Aan welke mogelijkheden denkt u dan?
‘Jagers hebben kennis van hoe dieren in het wild zich gedragen. Specifieke kennis die wij graag tot ons nemen. Boeren vinden het niet erg als er een keer een damhert of everzwijn door hun gewas loopt, maar het gaat om het aantal dieren en het volume van de schade die daardoor ontstaat. Ook hier kom ik weer uit bij het woord balans. Met die balans als uitgangspunt moet je met elkaar in gesprek. En laten we in dit verband de Wet natuurbescherming niet vergeten. Van jagers hoor ik: die wet is zo stringent, je kunt bijna niks. Als je al toestemming krijgt om iets te doen, is het met een hand op je rug. Wat mij betreft, moeten we meer naar praktijkproeven toe, zoals thans het geval is bij bejaging van marterachtigen in weidevogelgebieden. Proeven waar boeren en jagers en wellicht de TBO’s in participeren. In gezamenlijkheid kun je zo vaststellen welke maatregelen geboden zijn op een bepaalde plek. Zie de feiten onder ogen. Dat kan zijn dat je sommige dieren ergens tolereert en de schade vergoedt. De conclusie kan zeker ook zijn dat je de situatie niet accepteert en het aantal dieren dat overlast geeft actief indamt.’

Wat is de grootste uitdaging waar LTO voor staat?
‘Onze core business is voedselproductie. Nederland is een groot exportland. Rond tachtig procent van onze productie gaat naar het buitenland. Het is zaak dat de agrarische sector een goede boterham kan blijven verdienen – voor zichzelf én voor ons land – en dat we tegelijkertijd recht doen aan de belangen van klimaat en biodiversiteit. Vaktechnisch hebben we zulke goede boeren in Nederland. Die kennis combineren met de kennis op het gebied van klimaat en biodiversiteit, daar ligt de potentiële winst.’

  • Delen:


Gerelateerd nieuws